Logo Monumententoezicht Logo Erm 0toezichtsrapportage

Onderhoudsplicht

Aan een eigenaar van een monument kan in bepaalde gevallen de verplichting worden opgelegd zijn monument te onderhouden. Dat is mogelijk bij (ernstige) verwaarlozing van het monument.
Het kan dan gaan om passief verwaarlozen (geen onderhoud plegen inzake het wind- en waterdicht houden van een monument) als het actief verwaarlozen (bijvoorbeeld het bewust open laten van ramen en deuren) of slopen zonder vergunning.

Twee wettelijke bepalingen zijn van belang:

  • Het verbod in de Erfgoedwet om een beschermd rijksmonument te beschadigen of te vernielen of daaraan onderhoud te onthouden dat voor de instandhouding daarvan noodzakelijk is (art. 9.1.1, onder a, Erfgoedwet jo artikel 11, eerste lid Monumentenwet). Weliswaar is de Monumentenwet vervallen, maar onderdelen van die wet zijn toch nog van kracht via een overgangsbepaling in de Erfgoedwet. Die overgangsbepaling geldt tot het moment dat de Omgevingswet die bepalingen heeft overgenomen.
  • De vergunningplicht voor het slopen, verstoren, verplaatsen, of in enig opzicht wijzigen van een gebouwd rijksmonument, of voor het zodanig herstellen of (laten) gebruiken van het monument waardoor het wordt ontsierd of in gevaar gebracht (artikel 2.1, lid 1, onder f Wabo).

Jurisprudentie over handhaving onderhoudsplicht (last onder dwangsom):
Uit diverse rechterlijke uitspraken kunnen de volgende richtlijnen worden afgeleid:

Wanneer kan een last onder dwangsom worden opgelegd:
Als zonder maatregelen het monument in gevaar is (“beëindigen van het in gevaar brengen”)
Ook bij schade door slijtage of verwering van materialen
Ook al treden er ernstige financiële gevolgen voor de eigenaar op, de belangen van het monument gaan voor
Er mag geen zicht zijn op de verlening van een (nieuwe) sloopvergunning
Het ontbreken van een alternatieve bestemming voor het monument is geen beletsel
Eisen die aan de last onder dwangsom worden gesteld:
Alleen passende maatregelen om schade aan het monument te voorkomen
De gemeente moet concreet aangeven wat de passende maatregelen zijn om de schade te beperken
Maatregelen mogen niet leiden tot het (nagenoeg) afbreken en opnieuw opbouwen van het monument

Wetsgeschiedenis
In een brief van de minister van OCW over onrendabele monumenten is aangegeven dat "de beschikbare wettelijke procedures rondom sloop, maar ook herstel van monumenten, voldoen indien ze consequent en tijdig worden ingezet".
Bij de behandeling van de Erfgoedwet in juni 2015 is een amendement aangenomen waarmee eigenaren worden verplicht om onderhoud uit te voeren "dat voor de instandhouding noodzakelijk is".  De Minister stelde zich op het standpunt dat het een "codificatie is van de bestaande mogelijkheden". Dat betekent dat in jurisprudentie (rechterlijke uitspraken) ontwikkelde verplichtingen wettelijk worden vastgelegd.

Gemeentelijke monumenten
De regeling in de Erfgoedwet geldt alleen voor rijksmonumenten. De gemeenten stellen zelf de eisen aan het onderhoud van gemeentelijke monumenten. De onderhoudsplicht kan ook gelden voor gemeentelijke monumenten als de gemeente in haar Erfgoedverordening die bepaling heeft opgenomen.
Vaak is de verordening vastgesteld op basis van de modelverordening van de VNG. In de model-erfgoedverordening van de VNG is ook een bepaling opgenomen waarmee verwaarlozing van gemeentelijk monumenten kan worden tegengegaan. In artikel 13 staat een verbod om ‘een gemeentelijk monument te beschadigen of te vernielen, of daaraan onderhoud te onthouden dat voor de instandhouding noodzakelijk is’.

Verdere informatie
Het ministerie OCW heeft een toegankelijke brochure over de instandhoudingsplicht uitgebracht.

Onderhoudsplaicht in andere wetgeving
Buiten de monumentenwetgeving bestonden al wel mogelijkheden op te treden tegen vervallen panden. Burgemeester en wethouders kunnen soms handhavend optreden bij strijd met het Bouwbesluit, strijd met de erfgoedverordening en via de Woningwet, of ernstige strijd met criteria uit de welstandsnota. Daarnaast geven de subsidieregelingen (o.a. Brim 2013) een basis voor handhaving op het gebied van achterstallig onderhoud, mits er subsidies zijn verleend. Een verleende subsidie kan eventueel worden ingetrokken, als na de vaststelling van subsidie blijkt dat niet wordt voldaan aan de voorwaarden om het pand in goede staat te houden.